Over OpMaat

OpMaat biedt verkoopoplossingen zoals Koopgarant en KOOPstart aan woningcorporaties en ontwikkelaars en levert hierbij kennis, advies, ondersteuning, contracten en trainingen. 

Rechters laten geen spaan heel van de vorderingen van Koopgaranteigenaren

19-06-2018

Zijn kopers voldoende en juist geïnformeerd over de terugkoopprijs toen zij een Koopgarantwoning kochten? Op 13 juni waren er opnieuw twee uitspraken in rechtszaken tegen woningcorporaties over de toepassing van Koopgarant. Zowel in de rechtszaak tegen Woonbron als in de rechtszaak tegen Stichting MeerWonen zijn de eisers volledig in het ongelijk gesteld. Volgens de rechters hebben de corporaties de Koopgarantregeling correct toegepast en hebben zij de kopers bij verkoop correct en voldoende geïnformeerd. Deze recente uitspraken zijn vergelijkbaar met eerdere uitspraken, zoals die in de rechtszaak tegen Bergopwaarts op 23 mei jl.

Woonbron

Voor de rechtbank Rotterdam dienden de geschillen van de bewoners van drie Koopgarantwoningen in één rechtszaak tegen Woonbron. De bewoners werden bijgestaan door advocaat Den Boef uit Houten. In hun vordering gaven zij aan dat er sprake was van dwaling bij het tekenen van de koopovereenkomst en dat de overeenkomst door een onjuiste voorstelling van zaken tot stand was gekomen. Zij gingen er van uit dat niet de marktwaarde maar de aankoopprijs uitgangspunt was bij de terugkoopprijsberekening. Ook zou Woonbron tekort zijn geschoten in de informatievoorziening en niet hebben gewezen op een mogelijke restschuld bij terugkoop. De eisers beschouwden bovendien de contractuele terugkoopplicht als een onredelijk bezwarend geding.

MeerWonen

Voor de rechtbank in Den Haag diende het geschil van één eiser tegen MeerWonen. Deze eiser, bijgestaan door advocaat van der Wulp (kantoorgenoot van Den Boef), gaf ook hier aan dat er sprake was van dwaling, in dit geval over het begrip “korting”. Zij eist schadevergoeding o.a. op grond van tekortkoming in de informatieplicht door de corporatie, waardoor er een restschuld is ontstaan. Toepassing van de Koopgarantbepalingen in deze situatie zou volgens de eiser in strijd zijn met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Uitspraken

In beide rechtszaken concludeerden de rechters dat er geen sprake was van dwaling. Zowel de corporaties als de koopovereenkomsten en de akten vestiging van het recht van erfpacht waren volgens hen voldoende helder over het vervallen van de korting. Ook is de gehanteerde formule van de terugkoopprijsberekening voldoende uitgelegd. De rechter in Rotterdam concludeerde: “de eisers hebben de koopovereenkomst kennelijk niet goed genoeg gelezen voordat zij deze ondertekenden”. Deze rechter gaf tevens aan dat het restschuldrisico altijd aanwezig is omdat de marktprijzen mede bepalend zijn en dat dat de contractuele terugkoopplicht niet onredelijk bezwarend is. Bovendien stelde de rechter vast dat de terugkoopplicht ook een voordeel oplevert, ”namelijk de zekerheid dat hun woning niet onverkoopbaar is”. Beide rechters oordeelden ook dat de toepassing van waardedeling en het verrekenen van de korting bij terugkoop redelijk is. Ook gaf de rechter in Den Haag aan dat het risico op waardedaling duidelijk was bij het sluiten van de koopovereenkomst en dat de verstrekte informatie bij verkoop niet misleidend was.

Eensluidende uitspraken

De vier rechtszaken waarin de afgelopen maand uitspraak is gedaan, vertonen veel  overeenkomsten voor wat betreft de vorderingen en beweringen van de eisers. De verschillende rechtbanken die deze zaken behandelden, kwamen tot vrijwel gelijkluidende uitspraken, waarbij de corporaties steeds volledig in het gelijk werden gesteld. Deze vier corporaties werden bijgestaan door advocaat Vermeulen.

De twee uitspraken zijn gepubliceerd:

Heeft u vragen over juridische procedures betreffende Koopgarant? Neem dan contact op met Bernard Wouters, tel. 033 - 462 12 23.