Persbericht Stichting OpMaat
Vergroot impact Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen voor koopstarters
Betere randvoorwaarden en meer startkapitaal nodig
Stichting OpMaat roept de leden van de Tweede Kamer op om zich nu hard te maken voor een duurzame toekomst van het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen. Er is een aanvullend startkapitaal van in totaal € 235 miljoen nodig vanaf 2027 om in de komende jaren voldoende duidelijkheid te bieden voor toekomstige projecten met koopstarters, aangezien het Fonds pas op termijn revolverend gaat werken. Tegelijkertijd zijn snelle aanpassingen van de randvoorwaarden essentieel om de effectiviteit van het fonds te vergroten en het voor ontwikkelaars aantrekkelijker te maken. Ook de NEPROM en Vereniging Eigen Huis zijn van mening dat deze aanpassing nodig is.
Het minderheidskabinet zet een stap in de goede richting door € 7 miljard langjarig te investeren in betaalbare woningen tot en met 2035, waarbij het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen als structureel instrument voor betaalbare woningbouw is opgenomen in de langjarige investeringsagenda. Er is voor het fonds nu € 100 miljoen opgenomen in tranches voor de periode 2028 tot 2035. Dat is gemiddeld € 14 miljoen per jaar, terwijl in het eerste jaar van het fonds er al meer dan 36 miljoen is toegekend. Dit bedrag is dus veel te laag om te voldoen aan de beoogde hoeveelheid betaalbare koopwoningen. De spreiding hiervan over de periode 2028 tot 2034 biedt onvoldoende zekerheid voor marktpartijen die willen investeren in betaalbare nieuwbouw voor starters met middeninkomens.
Investeringszekerheid
Volgens de Meerjarenraming van de Miljoenennota zal er vanaf 2028 over zeven jaar gespreid tot 2035, in totaal € 100 miljoen naar het fonds gaan vanuit het Rijk. Zo is er voor 2028 en 2029 jaarlijks € 12,5 miljoen opgenomen. Hoewel het fonds op termijn revolverend gaat werken, is dit effect de komende jaren nog niet substantieel. Dit betekent dat in de loop van 2027 al een tekort dreigt te ontstaan waardoor er geen bijdragen meer kunnen worden verstrekt. Op 28 mei van dit jaar dienden de kamerleden Grinwis (CU) en Nobel (VVD) juist hierover een – kamerbreed aangenomen - motie in met de oproep aan het Kabinet om snel meer duidelijkheid te geven over de toekomst van het fonds “aangezien de bodem van de incidentele pot van € 100 miljoen eerder in zicht komt dan dat de revolverendheid van het fonds gaat werken”, aldus de motie.
Het nu opgenomen bedrag in de Meerjarenbegroting is volgens OpMaat te laag én komt te laat. “In het eerste operationele fondsjaar is er al meer dan € 36 miljoen aan bijdragen verstrekt voor de bouw van ruim 800 betaalbare nieuwbouwwoningen. Voor projectontwikkelaars en woningcorporaties die betaalbare koopwoningen willen ontwikkelen, is een stevige investeringszekerheid van het fonds een voorwaarde voor nieuwe betaalbare projecten. Om naar verwachting tenminste 1000 betaalbare nieuwbouw koopwoningen per jaar mogelijk te maken, bij revolverende werking van het fonds”, aldus Simone van de Kuit, directeur-bestuurder van Stichting OpMaat. Cindy Kremer, algemeen directeur van Vereniging Eigen Huis, onderschrijft dat investeringszekerheid voor het fonds van groot belang is: “Met een groter en toegankelijker fonds komt de bouw van betaalbare woningen voor starters sneller op gang. Dat is hard nodig, want voor veel starters blijft die woning nog altijd onbereikbaar.”
Aanpassing randvoorwaarde betaalbaarheidsgrens
Om de impact van het fonds voor koopstarters te vergroten, is naast meer geld, ook aanpassing van een aantal randvoorwaarden voor projectaanvragen essentieel. Verreweg de belangrijkste betreft aanpassing van de begrenzing van de maximale marktwaarde. Nu geldt dat alleen woningen met een marktwaarde tot de betaalbaarheidsgrens (in 2026 € 420.000) voor een bijdrage in aanmerking komen. Daardoor worden veel projecten uitgesloten, terwijl de woning met behulp van een bijdrage uit het fonds juist wél betaalbaar verkocht kan worden aan starters met middeninkomens. Stichting OpMaat en NEPROM pleiten er daarom voor om niet de marktwaarde, maar de uiteindelijke verkoopprijs aan de starter leidend te maken: de verkoopprijs is dan maximaal de betaalbaarheidsgrens. NEPROM-directeur Fahid Minhas: “deze aanpassing maakt meer projecten met betaalbare koopwoningen toegankelijk voor woningzoekenden. Het is belangrijk dat het kabinet dit zo snel mogelijk aanpast.”